Nieuwjaarstoespraak

11 januari 2018

Bij het begin van het nieuwe jaar werd ik wel getriggerd door het boekje 'Hoop' van Peer van der Helm. Het is zijn lectorale rede, uitgesproken op 30 november, een dag nadat we elkaar in Utrecht voor het eerst zagen. En ik werd niet alleen geprikkeld door de titel maar natuurlijk ook door de inhoud. Ergens in het boekje staat deze tekst, ik geloof een songtekst:

No plans could be conceived,
No ships could fare the seas,
For there would be no courage were it not for Hope.

Hope met een hoofdletter! 

Als ik het zelf vertaal:

Geen plannen konden worden bedacht,
Geen schepen zouden de zee bevaren,
Want het zou ons aan moed ontbreken, tenzij we Hoop zouden hebben.

Hoop geeft de moed om plannen te bedenken, maar ook om ze om te zetten in daden, om daadwerkelijk in beweging te komen. Ja, hoop. Het is elk jaar wel een bijzonder moment bij het begin van het nieuwe jaar. Als het oude nog niet voorbij lijkt en het nieuwe jaar nog vooral verborgen zit in plannen. Maar wat je nodig hebt is de hoop dat er wat terecht gaat komen van je plannen.

Bij Moria zijn we de afgelopen tijd druk geweest met nadenken over en werken aan een nieuwe re-integratiemethodiek. Er is het individuele spoor van de persoonlijke begeleiding, dat zich als het ware afspeelt tussen de persoonlijk begeleider en de bewoner waarbij we een werkboek gebruiken en de bewoners een portfolio gaan maken. Eigenlijk is het heel eenvoudig. We stellen mensen vragen: wat is jouw verhaal? Wat is er met je gebeurd? Waar zit je kwetsbaarheid, maar ook je weerbaarheid, je kracht? Waar wil je naartoe? Wat heb je daarbij nodig? De manier waarop je die vragen stelt maakt natuurlijk alles uit! Daarnaast proberen we methodisch, professioneel, het leef- en leerklimaat in het huis vorm te geven.

Ik denk dat we op de beide sporen werken aan verbondenheid en autonomie. Maar ook aan groei, competenties, zin en zingeving. Voor verbondenheid is contact nodig; dan maakt het inderdaad uit hoe je de belangrijke vragen stelt en op welke wijze je met elkaar optrekt. We willen ook de autonomie prikkelen; het re-integratieprogramma is erop gericht dat de bewoners na een tijd op eigen benen staan, hun eigen huisje hebben, werken, goed met zichzelf en anderen kunnen omgaan. En we maken ruimte voor groei, in een positieve omgeving, waarin er ruimte is voor vallen en weer opstaan.

Zelf zou ik eigenlijk nog één gedachte met jullie willen delen, iets wat me bezighoudt, als ik kijk naar wat we nu ontwikkeld hebben en dat verbind met de oorsprong van Moria. Wat ik me bedacht is dat wat we nu proberen te doen, en waarover ik net vertelde, dat de fraters en de zusters dat als het ware altijd op heel natuurlijke, altijd hebben gedaan. Ik vraag me dan af hoe dat kan?

Mag ik een antwoord proberen? Kan het zijn dat fraters en zusters mensen zijn die biddend in het leven staan. Ik moet weer denken aan het woordje hoop. Een mooi woord om het jaar mee te beginnen. Ik ben zelf geen gedragswetenschapper. Ik ben theoloog. En pas later heb ik bedrijfskunde gedaan. Hoop is een van drie theologale deugden: samen zijn het geloof, hoop en liefde. Theologaal betekent zoiets als 'goddelijk', het komt dus 'van de andere kant'. Hoop dus met een hoofdletter. Deugden zijn eigenlijk persoonlijke competenties. Je probeert iets te ontwikkelen, tot groei te brengen, en als dat goed lukt, dan luk je in zekere zin ook als mens, dan word je een gelukkig mens.

Ik woon in Wijchen en fiets graag af en toe naar Den Bosch, en ergens halverwege, op een tuinhekje, bij Geffen geloof ik, ik ben dan zo'n beetje halverwege, staat in het latijn de tekst: in medio virtus. De deugd ligt in het midden. Zo is moed bijvoorbeeld de deugd die het midden houdt tussen lafheid en luiheid aan de ene kant en roekeloosheid of overmoed aan de andere kant. Deugden zijn daarbij het juiste midden. Dus je moet wel je best doen maar het moet niet te gek worden.

Theologale deugden zijn deugden waarbij je het niet allemaal in de hand hebt; waarbij je het niet kunt organiseren. Daar kan je wel om bidden. En misschien is bidden niet zoveel anders als het veranderen van je eigen levenshouding. Deze veranderen in: ontvankelijkheid, open zijn, aandachtig aanwezig, je dankbaar voelen. Je kunt niet organiseren dat je gelooft in jezelf, dat je hoopt met de ander, dat je elkaar liefhebt. Dat zijn altijd ook geschenken. Maar iets is niet alleen een geschenk omdat iemand het je geeft. Wat evenzeer nodig is dat is dat je wat je krijgt als geschenk kunt ontvangen.

Bij het begin van het jaar hoop ik op deze houding. Dat het ons lukt als begeleiders en dat het de bewoners lukt om zo naar hun eigen leven te kijken.

André Stuart, directeur