‘Op straat beleef ik hoe mensen open zijn / open gaan’

Bij Moria zijn verschillende vrijwilligers actief. Een van hen is Gerard Verwoerd, een pater lazarist, die regelmatig zijn op straat verdiende geld komt afgeven.

Elke week staat hij op zaterdagmiddag met zijn panfluit in het centrum van Nijmegen. Met een schaal voor zijn voeten en een kartonnetje: voor Stichting Moria. ‘De straat is mijn kerkgang’, zegt hij. ‘Niet altijd hoor. Maar toch.’

‘Mijn belangstelling voor Moria werd gewekt in 1999, toen de zusters van Julie Postel er in hun huis een tentoonstelling over hadden. Wij – lazaristen van de Ubbergseweg – kennen die zusters: we hadden ze bij ons in huis, ze hielpen ons. Die tentoonstelling trof me. Het zijn niet alleen die jongens van Moria die structuur in hun leven nodig hebben; dat heb ik zelf ook.

Rond 10 december van dat jaar zou ik in Deventer bij een fakkeloptocht tegen racisme op mijn panfluit spelen. In het openbaar fluiten… daarvoor moest ik eerst oefenen. Zo verdiende ik de eerste stuiver en het eerste dubbeltje. Ik besloot: wat ik vang gaat naar Moria. Dat gaat nu dus al 12 jaar naar Moria.

Ik heb een schaal en een repertoire van zo’n 180 liedjes. De ene week de ene helft, de andere week de andere. Sta je in het openbaar, dan kan je van alles gebeuren: aanvaringen, niet gezien worden, ontmoetingen, verrassingen.

Een paar voorbeelden:
Een jongetje dat zegt: “Meneer, ik heb geen geld. Mag ik toch luisteren?”
Iemand die op paaszaterdag stiekem een doosje met vier eieren op mijn schaal zet.
Een vrouw die het bordje Stichting Moria ziet, mij aankijkt en vraagt: “Hebt u ook gezeten?”
Twee vrouwen die bij het zien van het bordje kennelijk emotioneel worden.
Ik vraag: “Kent u Moria?”
“Ja”, zegt de een, “mijn broer heeft er gezeten. Het heeft niet geholpen”.
Ze gaven wel.
Dan krijg ik een brok in mijn keel.

Op straat beleef ik hoe mensen open zijn/opengaan. Het is zeer vreemd. Soms voel ik dat de verlossing aan de gang is. Dat God op duizenden manieren in en door mensen werkt, die zelf niets van god of godsdienst afweten.
De straat is mijn kerkgang. Niet altijd hoor. Maar toch.

Ik help Moria.
Moria moest eens weten hoe ze mij helpen.’

Gerard Verwoerd


3 Oktober 2011