David (26)

David woont in het Moriahuis en probeert van daaruit zijn leven weer op de rit te krijgen. Hij heeft spijt van zijn criminele verleden.

Drugsgeld

‘Ik was een normale jongen met een vaste baan in een meubelfabriek, waar ook mijn vader werkte. Het beviel me daar goed, alleen vond ik het salaris wat mager. Ik hou van een luxe levensstijl met mooie kleren, sieraden en eten in dure restaurants. Bovendien had ik geld nodig om te blowen. Dat doe ik al vanaf mijn 13e, het is een gewoonte geworden. Je begrijpt dat ik iedere maand geld tekort kwam. Via via kwam ik erachter dat je als drugsdealer snel veel geld kunt verdienen. Ik ging cocaïne dealen, en in de kleine stad waar ik woonde, had ik al snel een klantenkring opgebouwd. Het dealen leverde me zo’n € 4000 in de week op.Mijn baan in de fabriek deed ik erbij, zodat mijn ouders geen argwaan zouden krijgen.

Verleiding

Op een dag ging het mis en werd ik met 100 gram cocaïne op zak opgepakt door de politie. Iemand moet me verraden hebben, maar ik ben er nooit achtergekomen wie. Toen ik in de gevangenis zat, voelde ik me heel slecht. Mijn ‘vrienden’ die meeliften op mijn luxe leventje zag ik niet meer. Alleen mijn ouders, broer en zusje kwamen wel op bezoek. En die had ik nou zo’n pijn gedaan. Achter de tralies had ik genoeg tijd om na te denken wat ik met mijn toekomst wilde. Teruggaan naar mijn ouders wilde ik niet. Daar zou de verleiding te groot zijn om mijn oude leven op te pakken.

Tweede kans

Via de reclassering kwam ik in contact met de stichting Moria. Ik ben blij dat ik hier geholpen word om mijn schulden af te lossen. Nu moet ik nog een opleiding volgen. Schilder worden, lijkt me wel wat. Helaas kan ik pas over een paar maanden met de opleiding starten. Om alvast te oefenen, heb ik in het Moriahuis een aantal deuren geschilderd. Mijn ouders zijn blij dat ik hier een tweede kans krijg. Ik ook, maar het gaat me soms niet snel genoeg. Misschien krijg ik wat meer rust als ik eenmaal met de schildersopleiding begonnen ben. Hopelijk vind ik dan ook een huisje in Nijmegen, want hier wil ik blijven wonen. Ik heb spijt van wat ik mijn ouders heb aangedaan, en zie nu hoe sterk ze zijn. Daar heb ik veel respect voor.’